Demos | Momenten over integratie, identiteit en burgerschap

In 'Momenten', het halfjaarlijkse cahier van Demos, wordt deze keer gefocust op de vijftigste verjaardag van de Turkse en Marokkaanse migratie naar België.

In een dubbelinterview met Rik Pinxten en Karim Zahidi, wordt de superdiversiteit in Brussel en Brussel als een labo voor nieuwe identiteiten aangehaald. Daarop reagereren ze als volgt:
Zahidi: [...] wat mij een beetje tegen de borst stuit is die omschrijving van Brussel als een laboratorium voor een nieuwe identiteit. Het gaat mij niet over identiteiten, het gaat over het besturen van een superdiverse stad, zonder dat je daarvoor identiteit moet uitspelen. Dat is het interessante aan Brussel. In die zin is Brussel een laboratorium. Ik denk dat je een identitair discours niet bestrijdt door een nieuwe identiteit te promoten, dat is net in contradictie met het idee van superdiversiteit. Er wordt weer een identiteitsdiscours gevoerd dat eigenlijk niet nodig is. De media is gretig gesprongen op die uitspraak van Stromae, en ik vind die wel sympathiek. Maar ze is achterhaald. Oké, in Brussel spreken we Vlaams en Frans, maar ook Arabisch, Turks, Lingala... De reacties op zijn uitspraak vertelden eigenlijk meer: ze toonden aan hoe zowel de mensen die de" Belgische identiteit verdedigden als zij die de Vlaamse verdedigden vast zitten in hetzelfde kader. Ze houden vast aan concepten die al lang achtehaald zijn. Dat is problematisch.
Pinxten:
Een identitair discours is inderdaad niet toepasbaar in grote steden. De manier van samenleven in een superdiverse stad zoals Brussel vindt geen aansluiting bij het communautaire discours. Men heeft onlangs aangetoond dat meer dan de helft van de publieke gesprekken in Brussel in het Engels gevoerd worden, wat ben je dan nog met je Vlaams-Frans verhaal? Dat is een secundaire discussie geworden. Je moet in de eerste plaats zorgen dat zo'n stad functionneert, en dan is het maar zeer de vraag of je daar een gedeelde identiteit voor nodig hebt. Ik denk het niet. Ik denk dat je vooral pragmatisch moet zijn bij het nadenken over hoe we kunnen samenleven. Hoe ga je de diversiteit die er is niet als een probleem beschouwen maar als een normale gang van zaken? En dan kun je het hebben over zeer concrete zaken: properheid, dienstverlening, openbare ruimte... Dat lijkt mij nuttiger dan te vertrekken vanuit één of andere ideologie, of vanuit een identitair discours. Dit zijn politieke keuzes die moeten gemaakt worden. Op beleidsniveau lijkt men daar nog niet toe bereid.

In het artikel 'Superdiversiteit. Een snelle inleiding', geeft Jan Blommaert een algemene en schematische inleiding over superdiversiteit als fenomeen en als paradigma van onderzoek en beleid:
Kunst en Cultuur heeft als sector enkel te winnen bij superdiversiteit. De kunsten zijn vanouds geglobaliseerd, en het beklemtonen van dit nieuwe paradigma kan hen helpen deze fundamentele eigenschap een 'normaler' karakter mee te geven. Het werken rond versnippering, hybriditeit en mobiliteit is evenmin een onbekend gegeven voor hen, en ook daar kan superdiversiteit een programmatisch kader zijn voor hun activiteiten.

Yoachim Ben Yakoub
geeft in het artikel 'De rauwe en ongecensureerde blik van jongeren' een bloemlezing van de niet meer te stoppen Brusselse virtuele beeldenstorm. Vanuit welke invalshoek kijken de jongeren zèlf naar de alledaagse Brusselse realiteit, welke problemen zien zij en welke thema's plaatsen zij op de agenda? Een toetssteen voor het wijdverspreid nieuw realisme waarmee al te vaak naar onze superdiverse samenleving gekeken wordt.

Meer info >>>